Exocriene Pancreas Insufficientie (EPI)

Met dank aan de dierenartsen

Exocriene Pancreas Insufficiëntie (EPI) is, ook bij de mens, het tekort schieten van het afscheiden van de spijsverteringsenzymen door de alvleesklier (pancreas). Hierdoor ontstaan er spijsverteringsproblemen. De alvleesklier heeft globaal twee hoofdfuncties: een endocriene- en een exocriene functie. De endocriene functie bestaat hierin dat de pancreas het hormoon insuline aan de bloedbaan afgeeft(daarom endocrien) dat nodig is om het bloedsuikergehalte te verlagen.
De exocriene functie bestaat erin om de spijsverteringsenzymen aan de darm af te geven (daarom exocrien) die nodig zijn om het dagelijkse voedsel goed te kunnen verteren. Het is deze functie waar deze brochure verder helemaal over zal gaan.

Bij EPI worden er dus onvoldoende spijsverteringsenzymen geproduceerd. Het betreft de volgende enzymen:
• Lipase
• Amylase
• Trypsine en chymotrypsine
• Aminopeptidasen

Lipase is nodig om vetten te kunnen verteren.
Amylase is nodig om koolhydraten (suikers) te kunnen  verteren.
Trypsine, chymotrypsine en peptidasen zijn nodig om eiwitten te kunnen verteren.

Het ziektebeeld van EPI presenteerde zich afgelopen half jaar aan mij als een tekort aan alle acht de essentiële aminozuren (EAZ’ s). Dit zijn:
• Isoleucine
• Leucine
• Lysine
• Methionine
• Phenylalanine
• Threonine
• Tryptophaan
• Valine

Terwijl je op theoretische gronden moet aannemen dat ook de vet- en de koolhydraatstofwisseling verstoord moeten zijn omdat er ook een tekort aan lipase en amylase is.

Er zijn twintig aminozuren nodig voor het gezond functioneren van een mens, maar alleen de acht bovengenoemde worden essentieel genoemd omdat wij ze niet zelf kunnen maken en we ze dus uit onze voeding moeten halen. Om er voldoende over te kunnen beschikken zullen we dus voldoende spijsverteringsenzymen (trypsine, chymotrypsine en de aminopeptidasen) moeten maken om de eiwitten in onze voeding te kunnen splitsen in de acht essentiële aminozuren. De overige twaalf aminozuren kunnen we wel zelf maken en zijn daarom niet essentieel. De acht EAZ’s zijn de afzonderlijke bouwstenen die wij nodig hebben om er zelf weer al onze bio-eiwitten (stoffen met een ingewikkelde formulestructuur) van te kunnen maken die weer nodig zijn bij alle lichaamsprocessen, zoals hormonen, neurotransmitters en allerlei enzymsystemen. Bij EPI treden er dan ook vaak verstoringen op in de stofwisseling hiervan als gevolg van het gebrek aan voldoende bouwstenen.

Top


Bij het analyseren en behandelen van patiënten met chronische klachten knapte 9 van de 10 patiënten op als ik de onderliggende belastingen en of verstoringen had aangepakt. Een deel van de mensen die dan nog steeds niet (voldoende) waren opgeknapt bleken dan nog een tekort te hebben aan de 8 EAZ’ s. Ik ging op zoek op het internet naar een verklaring voor deze situatie en wie schetst mijn verbazing toen bleek dat het ziektebeeld EPI een bekend ziektebeeld is in de veterinaire geneeskunde.  Ik kwam terecht op diverse websites van dierenklinieken: EPI is een bekend beeld bij honden. Is deze ziekte dan onbekend in de humane geneeskunde? Zo vroeg ik mij af. Na enig nadenken en naspeuren op het internet herinnerde ik mij dat EPI toch wel een bekend ziektebeeld is maar dan alleen bij patiënten met mucoviscoidosis ofwel cystic fibrosis, beter bekend als de ‘taai slijm ziekte’. Bij deze patienten werken alle exokriene klieren onvoldoende, dus ook de pancreas.
Ik realiseer mij nu dat EPI een ziektebeeld is dat ook bij mensen veel vaker voorkomt dan alleen bij cystic fibrosis. Ik ga ervan uit dat er meer natuurartsen moeten zijn die dit beeld bij mensen al langer kennen en behandelen.


Oorzaken van EPI
Het ziektebeeld kan ontstaan door verschillende oorzaken waarbij de functie van de pancreas achteruitgaat. Dit kan door:
1. het herhaald optreden van een pancreatitis, een ontsteking van de alvleesklier, b.v na te langdurig, te hoog alcoholgebruik,
2. door een tumor van de pancreas,
3. door overvoeding waarbij de pancreas veel te hard moet werken en dan uitgeput raakt,
4. in de vorm van een auto-immuunziekte. Steeds meer mensen hebben allergieën en daarbij gebeurt het regelmatig dat patiënten antistoffen beginnen te produceren tegen lichaamseigen organen of weefsels. Zo kan iemand ook antistoffen gaan maken tegen de pancreascellen waardoor de normale functies van de pancreas langzaam maar zeker achteruit gaan.
5. Als onderdeel van de ziekte cystic fibrosis.

Ik heb in mijn praktijk tot nu toe vooral te maken met de oorzaken 3 en 4.

Behandeling van EPI
De behandeling van het ziektebeeld EPI kan op verschillende manieren.


A: Een symptomatische therapie:
o Het ondervangen van de ‘oorzaak’ (het is natuurlijk niet de echte oorzaak), het tekort aan spijsverteringsenzymen, door een preparaat toe te dienen waarin alle pancreasenzymen zitten (Panzytrat of Pancreatine).
o Het ondervangen van een belangrijk gevolg van de ziekte, door de acht essentiële aminozuren toe te dienen (Amino Acid Komplex tabletten van Orthica of Good Morning Protein Plus poeder van Vitals) . Hier start ik in de praktijk meestal meteen mee om de gehele stofwisseling van hormonen en neurotransmitters weer zo snel mogelijk vlot te trekken, terwijl ik daarna direct start met een oorzakelijke therapie.

Als er niet tevens een oorzakelijke therapie gegeven wordt zou één van bovenstaande behandelwijzen levenslang gegeven dienen te worden.

B: Een oorzakelijke therapie:
Homeopatische therapie: d.m.v. het toedienen van het simillimum wordt gepoogd de patient weer terug in evenwicht te krijgen door zijn eigen herstellend vermogen zodanig te activeren dat hij/zij alle problemen zelf weer beter (al of niet geheel) kan oplossen. Hierbij speelt het gebruik van Inspiring Homeopathy (beschreven door Tinus Smits) en het gebruik van de Lanthaniden (homeopathische geneesmiddelen gemaakt van een aantal vrijwel onbekende elementen uit het periodiek system, beschreven door Jan Scholten) voor mij een grote rol.
Bioresonantietherapie: met behulp van de BICOM 2000 slaag ik erin om vele oorzakelijke momenten in beeld te brengen en successievelijk te behandelen. Zo kun je er in de meeste gevallen (9 van de 10) o.a. in slagen om allergieën te genezen en zo heb ik een flinke aanvang genomen om het ontstaan van auto-immuunprocessen te stoppen.

Bij beide oorzakelijke therapievormen is de behandeling gericht op het herstel van de functie van de alvleesklier zodat er uiteindelijk geen enkele aanvulling of behandeling meer nodig is.

Top


Hoe presenteren patiënten met EPI zich in mijn praktijk?
Aanvanklijk ontdekte ik patienten met EPI pas in allerlaatste instantie bij patiënten die veel allergieën hadden (die heb ik dan inmiddels effectief genezen met behulp van homeopathie en de BICOM 2000) en/of een beeld hebben of hadden van het Chronisch Vermoeidheids Syndroom (CVS). Ik stuitte bij hen dan op het tekort aan de 8 EAZ's. Nu begin ik er een beter gevoel voor te krijgen en herken ik het ziektebeeld eerder en heb ik ontdekt dat het beeld zich ook tamelijk geïsoleerd kan voordoen.
Vlak nadat ik het beeld ‘ontdekt’ had kwam er een patiënt op mijn spreekuur die al jaren klaagde van een te vol gevoel in zijn bovenbuik met soms het gevoel alsof er links gewoon iets opzwelt dat hij gewoon kan pakken als hij voorover buigt (zou de pancreas echt opzwellen als die te hard moet werken!?).  Dit treedt meestal op vrij kort na een maaltijd. Hij is wel zijn hele leven al gewend om bijna dagelijks twee ons vlees of vis te eten. Ik adviseerde hem om de dagelijkse inname van eiwitten minstens te halveren en ik gaf hem een preparaat met de spijsverteringsenzymen. Daarna was hij van zijn klachten af.

Nog veel onderzoek noodzakelijk
Zoals uit deze brochure duidelijk blijkt ben ik de ziekte EPI nog maar net op het spoor. Ik ben me ervan bewust dat ik nu nog een beperkt zicht heb op het ziektebeeld. Het totale ziektebeeld zal zich hopelijk in de nabije toekomst aan mij ontvouwen, als ik er met een open oog naar blijf kijken. Ik ben nu zelf onderzoek gestart naar de verschillende behandelingsvormen en er zullen nog veel vragen moeten worden beantwoord.

Ik schrijf deze brochure toch nu al om zowel de patiënten goed te kunnen informeren als mijn collega’s te laten delen in mijn nieuwe inzichten. Hopelijk komt het onderzoek naar deze ziekte dan goed op gang. Ik denk dat er heel veel patiënten rondlopen met deze ziekte die veel meer bekendheid mag gaan krijgen. Want ik kan me zo voorstellen dat we mogelijk veel narigheid kunnen voorkomen als we de ziekte veel eerder gaan herkennen. Zo zou ik me heel goed kunnen voorstellen dat het optreden van EPI wel eens een oorzaak zou kunnen blijken te zijn van het optreden van galstenen, een ziekte die toch niet zeldzaam is en waarvoor eigenlijk nog nooit een oorzaak werd gevonden, behalve dat het een familiaire aandoening is.

Wat mij persoonlijk het meeste bezig houdt is het aandeel van auto-immuunprocessen als oorzaak voor EPI omdat auto-immuunziekten een enorme opmars zijn begonnen. Hierbij komen bij mij de volgende vragen op:
o Ontstaan antistoffen tegen de pancreas altijd en alleen maar nadat er al allergieën bestonden?
o Is er een relatie tussen het optreden van EPI en de enorme toename van diabetes mellitus type 2 en zo ja hoe vaak treden die twee dan tegelijkertijd op? Het lijkt mij voor de hand te liggen dat bij antistoffen tegen de pancreascellen er zowel een endokriene- als een exokriene stoornis optreedt. Of ontstaan die antistoffen alleen maar tegen een bepaald type pancreascel?
o Hoe vaak treedt EPI door auto-immuunproblemen solitair op (d.w.z. alleen maar antistoffen tegen de pancreas) en hoe vaak in een kader van het tegelijkertijd optreden van andere auto-immuunziekten zoals hypothyreoidie, vit.B12 tekort, Colitis Ulcerosa of M.Crohn, MS, enz.
o Hoe vaak zal het lukken om auto-immuunziekten homeopathisch te genezen m.b.v. de door Jan Scholten ontdekte Lanthaniden.

In ieder geval ben ik zelf heel blij met het BICOM 2000 apparaat waarmee ik er veel beter in slaag om in korte tijd zicht te krijgen op de aanwezigheid van bepaalde ziekten, de onderliggende oorzaken en ze dan ook veel effectiever kan behandelen.

Hans Reijnen, arts voor homeopathie (VHAN) en bioresonantie (ABB)

Juli 2007

Top                                                                Home

Update augustus 2008

Nu ik ondertussen 250 patienten behandeld heb voor EPI heb ik veel meer zicht gekregen op de symptomen die bij EPI horen. Hieronder volgt een fragment van het hoofdartikel van de Mens Sana Berichten 26-08 die geheel gewijd was aan EPI. EPI blijkt ondertussen de meest voorkomende auto-immuunziekte in mijn praktijk te zijn met vitamine B12 tekort (M.Addison-Biermer) op een goede tweede plaats.

De symptomen van het ziektebeeld van EPI
Door het tekort aan de spijsverteringsenzymen treden er altijd spijsverteringsproblemen op. De indigestie laat bijna altijd bovenbuiksklachten zien die optreden binnen enkele minuten tot een half uur na elke maaltijd. De patiënt krijgt een te vol gevoel in de bovenbuik dat soms zelfs kan uitmonden in echte pijn in de maagkuil of onder de linker ribbenboog. Een enkele patiënt heeft zelfs het gevoel dat er iets opzwelt in de bovenbuik dat hij of zij zo kan pakken. Na het eten zijn de spijsverteringsproblemen meestal hoorbaar en voelbaar door overmatig borrelen en rommelen in de buik waarbij de buik vaak opgezet is. Er is een veranderd defaecatiepatroon waarbij vaker en dunnere ontlasting afwisselt met obstipatie. Soms maakt een patiënt melding van het hebben van onverteerde ontlasting, soms is de ontlasting te vet zodat die plakkerig is en meer aan het toilet kan blijven plakken. Een patiënt met EPI is vaak chronisch vermoeid en heeft soms last van een bepaald soort spierpijn (continu het gevoel een grote inspanning geleverd te hebben, 'marathongevoel') die ik wijt aan het tekort aan essentiële aminozuren.
De ziekte wordt vaak verward met de diagnose Spastisch Colon ofwel het Irritable Bowel Syndrome (IBS) en soms werd er gezocht naar een maagaandoening die niet bevestigd kon worden, maagmedicatie hielp dan ook niet. 

Natuurlijk is het klachtenpatroon mede bepaald door de tijdsduur dat een EPI al bestaat, een patiënt die het pas een half jaar heeft, heeft een minder ver ontwikkeld klachten patroon dan iemand bij wie de ziekte al tien jaar bestaat. Zo zal er in het begin sprake zijn van een relatief tekort aan de spijsverteringsenzymen en zal het tekort geleidelijk steeds groter worden in de richting van een absoluut tekort.
80% van de patiënten is te dik en het lukt niet om af te vallen en 20% van de patiënten is te mager en kan niet aankomen, deze patiënten hebben dan vaak ook een gebrek aan eetlust. Ik heb al patiënten behandeld die al veertig jaar een zichzelf opgelegd, uitgekiend dieet volgden waarbij zij al dat voedsel vermeden dat zij niet meer verdroegen of niet meer konden verteren, die na een effectieve behandeling weer gewoon alles konden eten. Dat is dan een complete verademing voor de patiënt.

Bij 97% van de door mij behandelde patienten lukt het om de alvleesklier functie zich te laten herstellen. Bij 3% van de patienten lukt dat niet meer, zij zullen misschien wel de rest van hun leven Panzytrat moeten blijven gebruiken. Heel vervelend dan, maar er zijn ergere dingen.

Hans Reijnen, arts, augustus 2008

Top

Meer en uitgebreidere informatie over EPI vindt u in de nieuwsbrief die maart 2008 verscheen en elders op deze site te vinden is.

Ik ben op zoek naar een gastro-enteroloog die onderzoek wil doen naar EPI om de diagnose met reguliere diagnostiek te onderbouwen. Bij dieren gebeurt dat al lang. Ik stuurde in de loop van 2008 een formeel verzoek hiertoe naar de afdeling maag-, darm en leverziekten van het Radboudziekenhuis te Nijmegen, maar daar heb ik nooit antwoord op gekregen.